
Didier Barrois, senior adviseur strategie en programmamanager, Brainport Development
Brainport Eindhoven ondersteunt en stimuleert samenwerking tussen bedrijven, universiteiten en onderzoeksinstellingen om technologische innovaties te versnellen. In de regio Zuidoost-Brabant, met Eindhoven als kern, helpen wij bedrijven om te verduurzamen, groeien en internationaal concurrerend te blijven om daarmee brede werkgelegenheid te blijven bieden.
Een van de grootste uitdagingen waar we nu tegenaan lopen is netcongestie: een overbelasting van het elektriciteitsnet. Opvallend genoeg is dit deels een luxeprobleem. De economische groei – vooral in de hi-techsector – is zo sterk geweest dat de investeringen in de energie-infrastructuur het tempo niet hebben kunnen bijhouden.
Door verduurzaming en elektrificatie is de vraag naar stroom explosief toegenomen. Bedrijven willen verduurzamen, maar de infrastructuur kan de vraag niet aan. Daardoor ontstaan wachtrijen voor nieuwe aansluitingen die vaak langer zijn dan elders in Nederland. Op dit moment staat er in de regio zo’n 600 megawatt aan vermogen op de wachtlijst. Ter vergelijking: er zijn plannen om vanaf 2028 slechts 200 megawatt extra beschikbaar te maken. Een deel daarvan is mogelijk op te vangen met oplossingen zoals peak shaving, efficiënter verbruik, en de inzet van zelf opgewekte energie. Maar uiteindelijk zal er ook netverzwaring nodig zijn om de vraag aan te kunnen.
Dat is problematisch. Bedrijven moeten nu keuzes maken over investeringen voor de komende jaren, terwijl het realiseren van grote netverzwaring doorgaans zo’n tien duurt. Die mismatch is funest voor het groeipotentieel van onze regio.
De afgelopen jaren is netcongestie een centrale pijler in mijn werk geworden. Samen met collega’s ontwikkel ik collectieve oplossingen, waaronder energy hubs: samenwerkingsverbanden op bedrijventerreinen waarin bedrijven hun energieopwekking, -opslag en -verbruik op elkaar afstemmen.
Zo’n hub biedt veel voordelen. Energieverbruik kan slimmer worden gespreid om piekbelasting te voorkomen, zonder dat het productieproces daaronder hoeft te lijden. Een voorbeeld: als een bedrijf drie cleanrooms heeft, hoeven die misschien niet allemaal om 8.00 uur tegelijk te starten. Verspreiding van gebruik voorkomt pieken en verlaagt de belasting van het net. Daarnaast kijken we met bedrijven naar energiebesparing en de inzet van zelf opgewekte energie.
Een aantal sectoren en niches zal in de komende jaren van cruciaal belang zijn voor de Nederlandse economie. Denk aan hoogwaardige technologie zoals semiconductors, fotonica, smart grids, automotive, food tech, healthtech en energietechnologie. In combinatie met opkomende digitale technologieën zoals AI, big data en – op termijn – quantum computing, bieden deze sectoren enorme groeikansen. Als we daar nu geen ruimte en ondersteuning voor creëren, lopen we het risico dat deze kansen verloren gaan en dat economische schade ontstaat.
Bedrijven horen nu al dat ze pas in 2033 kunnen worden aangesloten – dat zijn onacceptabel lange termijnen. Bedrijven worden in hun ontwikkeling beperkt. Nieuwe productielijnen worden uitgesteld of elders opgezet en verduurzamingsacties kunnen niet uitgevoerd worden. De huidige situatie vraagt om scherpe strategische keuzes. Wat we nu laten liggen, halen we over tien jaar niet meer in. Helaas zien we nu al bedrijven die hun uitbreidingsplannen uitstellen of elders uitvoeren – bijvoorbeeld in Polen – omdat ze hier niet op korte termijn aangesloten kunnen worden. Dat betekent ook het verlies van investeringen en werkgelegenheid.
Bedrijven willen wel investeren, maar hebben duidelijkheid nodig over de randvoorwaarden. En op dit moment is energievoorziening hét struikelblok. Besturen van internationale bedrijven twijfelen daardoor of Nederland nog wel aantrekkelijk is als vestigingsplaats. De reden? Gebrek aan duidelijkheid over cruciale randvoorwaarden — met name op het gebied van energievoorziening.
Netcongestie is niet alleen een capaciteitsprobleem; het is ook een organisatievraagstuk. Er is veel winst te behalen door slimmer met energie om te gaan. Veel bedrijven realiseren zich nu pas dat zij zelf ook een rol kunnen spelen door verbruik beter te plannen en energie-intensieve processen anders in te richten.
Het mooie is: dit dwingt organisaties om hun processen onder de loep te nemen. Waar zit onnodig verbruik? Wat kan efficiënter? Die vragen zijn inmiddels doorgedrongen tot het hoogste niveau: het staat op de agenda van de board.
Soms leidt dat tot verrassende conclusies. In sommige gevallen is het bijvoorbeeld verstandiger om tijdelijk nog gas te gebruiken als dat op termijn een duurzamere uitkomst oplevert. De energietransitie vraagt dus om maatwerk, flexibiliteit en durf om af te wijken van het dogma.
Nederland is historisch gezien een ‘gasland’, terwijl Frankrijk traditioneel een ‘elektraland’ is dat altijd minder gas heeft verbruikt en over een uitgebreide elektrische infrastructuur beschikt. Hierdoor lijkt Frankrijk momenteel minder te kampen met netcongestie. Nederland is natuurlijk niet het enige land met netproblemen – ook België en Duitsland kampen ermee. Toch ligt het risico op de loer dat bedrijven vertrekken naar de VS of Azië, waar de energietoegang vaak beter geregeld is. Daar moeten we iets tegenoverstellen, en dat doen we door samenwerking, innovatie en versnelling.
De situatie vraagt om meer dan alleen technische oplossingen. Het vraagt ook om een cultuuromslag: bedrijven moeten meer vanuit collectief belang gaan denken. Niet alleen “wat heb ík nodig?”, maar ook “hoe kunnen wíj het samen oplossen?” Dat vergt samenwerking tussen bedrijven, overheden en netbeheerders.
Toch hoor ik nog regelmatig de vraag: “Hoe snel kan ik extra vermogen krijgen?” Het eerlijke antwoord is vaak: vijf tot zes jaar. De verbazing die dan volgt – “Dat kan toch niet?” – laat zien dat het besef over de ernst van de situatie nog niet overal is doorgedrongen.
Hoewel ik zelf geen technische achtergrond heb, heb ik geleerd dat je met toewijding en nieuwsgierigheid veel kunt bereiken. Dat geldt ook voor bedrijven. Als ik binnen een half jaar grip kon krijgen op deze complexe materie, dan kunnen zij dat ook. Je hoeft geen ingenieur te zijn om te begrijpen hoe je met energie slimmer om kunt gaan.
Juist in een technische regio als Brainport is er de kennis, wilskracht en samenwerking om deze uitdaging het hoofd te bieden. Netcongestie is geen tijdelijke horde; het is een structurele verandering. Maar het is er ook één die – mits goed aangepakt – ons juist sterker, slimmer en duurzamer uit de situatie kan laten komen.

Didier Barrois is senior adviseur strategie en programmamanager van het Urban Development Initiative (UDI) bij Brainport Development in Eindhoven. Hij houdt zich met name bezig met gevolgen van de ruimtelijk-economische strategie van de regio, met speciale aandacht voor netcongestie. Didier is verantwoordelijk voor het programma van het Urban Development Initiative, dat een specifieke programmalijn op energietransitie heeft ontwikkeld in samenwerking met TU/e, TNO, lokale overheden en bedrijfsleven.
Mark Harbers, Voorzitter van Techniek Nederland, maakte onlangs duidelijk dat door slimme sturing van bestaande installaties in gebouwen de piekbelasting op het elektriciteitsnet tot wel 25% kan worden verminderd. Hij benadrukte dat de technieksector – met behulp van onder meer energie‑hubs, megabatterijen en intelligente energiemanagementsystemen – het net beter kan benutten, zonder eerst grote infrastructuuraanpassingen te hoeven doorvoeren.
Harbers stelde ook dat lokale energie-uitwisseling een belangrijke rol speelt in het verzachten van netcongestie. Met technieken zoals load shifting (verbruik verplaatsen naar daluren) en peak shaving (pieken afvlakken middels opslag of sturing) kan het net verder worden ontlast.
HyTEPS pleit al jaren voor ‘inbreiding’ als effectieve manier om op kortere termijn meer vermogen uit bestaande netwerken te halen.