
Kees Klaassen, Hoofd technische dienst bij OVET BV
Henry De Meulmeester, installatieverantwoordelijke OVET BV
In het Zeeuwse deel van North Sea Port is het voor grootverbruikers lastig om nieuwe aansluitingen of uitbreidingen te krijgen. Daardoor worden uitbreiding van terminals, elektrificatie van kranen en andere apparatuur, en de aanleg van zwaardere walstroomvoorzieningen sterk beperkt.
Havengebieden als Vlissingen-Oost ontwikkelen tegelijk op grote schaal wind- en zonne-energie, maar door netcongestie, beperkte teruglevermogelijkheden, het ontbreken van voldoende opslag en slimme sturing en complexe regels rond directe levering aan buren of schepen blijft dit grotendeels onbenut. Elektrificatie van materieel en walstroom voor schepen vraagt bovendien fors extra vermogen dat nu niet altijd beschikbaar is, waardoor CO₂-reductieplannen onder druk staan – terwijl klanten, overheid en havenbedrijf juist versnelling vragen.
Technisch manager Kees Klaassen en installatieverantwoordelijke Henry De Meulmeester vertellen hoe OVET slim met de beperkingen omgaat door het verbruik nauwkeurig in kaart te brengen en het maximale uit bestaande installaties te halen. OVET B.V. is specialist in de overslag, opslag en bewerking van droge bulkgoederen. Het bedrijf heeft terminals in Vlissingen (Kaloothaven) en Terneuzen (Massagoedhaven). De kernactiviteiten zijn het lossen van schepen en de opslag van voornamelijk droge bulkproducten op het eigen terrein. Tot de belangrijkste bedrijfsmiddelen behoren vier drijvende kranen. Deze kunnen worden ingezet in Terneuzen, Vlissingen en bij klanten op locatie. OVET hecht veel waarde aan flexibiliteit en wil ruimte houden om activiteiten uit te breiden en nieuwe producten te kunnen op- en overslaan, wat vaak nieuwe machines en extra vermogen vraagt.
Ongeveer vijftien jaar geleden kampte OVET in Terneuzen met problemen rond een aantal regelaars. HyTEPS heeft destijds een analyse uitgevoerd en een rapport met aanbevelingen opgesteld waar het bedrijf dankbaar gebruik van maakte. Recent constateerde OVET in Vlissingen dat het verbruik de grens van het beschikbare aansluitvermogen naderde en ontstond de wens om het energieverbruik veel beter te monitoren en besloot men HyTEPS weer eens te raadplegen. Inmiddels zijn er meters geïnstalleerd en is een geavanceerd energiemanagementsysteem in gebruik genomen. Op alle laagspanningsinstallaties achter de hoogspanningsaansluiting is meting aanwezig, en ook verspreid over het terrein worden installaties continu gemonitord. Hierdoor is op detailniveau inzichtelijk waar en wanneer vermogen wordt gevraagd.
Met de beschikbare data kan OVET gericht keuzes maken: waar is peak shaving mogelijk, waar moet vermogen worden vergroot en waar kan bestaande capaciteit slimmer worden benut? De meetgegevens tonen soms verrassende pieken en effecten die eerder niet zichtbaar waren. Medewerkers kunnen op elke locatie inloggen en alle relevante data raadplegen. Dat bewijst in de praktijk zijn waarde. Bij een melding vanuit de ICT-afdeling dat een UPS was aangesproken, kon via de meetapparatuur snel worden achterhaald wat er precies was gebeurd. Het systeem maakt het mogelijk om in te zoomen op specifieke gebeurtenissen of tijdstippen en wordt niet alleen ingezet bij storingen, maar steeds meer ook preventief.
Uit de Power Quality-rapportages in Vlissingen volgen concrete actiepunten. OVET heeft de afgelopen maanden tegen de bovengrens van het af te nemen vermogen aangezeten. Nu worden pieken en overschrijdingen helder in beeld gebracht en kan de oorzaak worden herleid, zodat gerichte maatregelen kunnen worden genomen.
De kranen van OVET draaien in eilandbedrijf en zijn niet rechtstreeks op het net aangesloten. Ook daar spelen spanningsschommelingen en harmonische vervuiling een rol. Bij hijsen, vieren en zwenken ontstaan grote fluctuaties. Deze worden onder meer opgevangen met remweerstanden en ultracaps, maar volledig constant wordt de spanning niet. Interessant is de mogelijkheid om vrijkomende energie, bijvoorbeeld bij het vieren, beter op te vangen en opnieuw te benutten bij het hijsen. Het energiemanagementdenken helpt om ook hier naar optimalisatie en besparing te kijken.
Steeds vaker komt de vraag naar walstroom voor grote schepen, met bijbehorende hoge vermogensvraag. Als een deel daarvan met hernieuwbare bronnen kan worden ingevuld, biedt dat kansen. Tegelijkertijd vraagt dit om nauwe samenwerking met netbeheerder, partners en klanten op het terrein. Klanten tonen groeiende interesse in de meetgegevens van OVET, onder andere vanwege hun eigen rapportageverplichtingen rond energie. In overleg met HyTEPS wordt gekeken hoe specifieke data via dashboards gedeeld kan worden. Dit bespaart administratie en vergroot de transparantie.
Dankzij de metingen kan OVET ook vervuiling door bijvoorbeeld frequentieregelaars van klanten zichtbaar maken en tijdig bespreken, zodat hiermee bij verbouwingen rekening wordt gehouden. Daarnaast wordt in overleg met andere grote verbruikers op het terrein voorkomen dat zware installaties tegelijkertijd worden ingeschakeld, om onnodige piekbelastingen te vermijden.
OVET heeft de toezegging gekregen dat er een zwaardere aansluiting komt, wat extra ruimte biedt. Tegelijkertijd helpt een helder energiemanagementsysteem voorkomen dat direct weer een volgende verzwaring nodig is. Op de locatie in Vlissingen zijn plannen voor verdere uitbreiding met machines en installaties met een hoger verbruik; het huidige systeem speelt een sleutelrol bij het optimaal inpassen hiervan.
Binnenkort wordt naar verwachting ook in Terneuzen uitgebreide metering en monitoring geïmplementeerd. Zodra op beide locaties op vergelijkbare wijze wordt gemeten, kunnen data worden vergeleken en verdere verbeterkansen worden benut. Energiemanagement en het nauwkeurig vastleggen van verbruik worden daarmee een steeds belangrijker onderdeel van de bedrijfsvoering – niet alleen vanuit Europese wet- en regelgeving, maar ook om grip te houden op kosten en toekomstbestendig te kunnen blijven opereren.